De kleine liettertjes: Alle informatie die u op deze pagina's aantreft is geschreven door Elke Gillijns, dierenarts te Herzele. De informatie is auteurrechterlijk beschermd. Kopiëren en/of verspreiden van deze informatie, in welke vorm dan ook, is derhalve niet toegestaan, tenzij met haar schriftelijke toestemming. Een link naar dit artikel wordt door ons wel zeer gewaardeerd.

MELKTAND PERSISTEREND

Een puppy wordt geboren zonder tanden. Als het beestje ongeveer 20 dagen oud is beginnen de eerste tandjes (snijtanden ) stilaan door te breken, later verschijnt ook de rest van de melktandjes. Het wisselen van de tanden begint op een leeftijd van 3-4 maand. Hierbij duwt de blijvende tand de melktand naar buiten, en lost hierbij de wortel van de melktand volledig op, waardoor deze vanzelf uitvalt (dus een normaal wisselend tandelement heeft geen wortel meer). Normaalgezien zouden alle tanden moeten gewisseld zijn op de leeftijd van 6/7 maand. Indien dit niet het geval is, komen er dus twee tanden te staan op de plaats waar er maar één hoort te zitten, en dit kan een aantal problemen met zich meebrengen : haren en voedselresten die tussen de tanden blijven zitten kunnen een tandvleesontsteking veroorzaken, er ontstaat gemakkelijker tandplak en tandsteen, en bovendien kan de aanwezigheid van de persisterende melktand een afwijkende stand veroorzaken van de blijvende tand, wat zelfs aanleiding kan geven tot een verstoorde ontwikkeling van boven- of onderkaak. Vooral de melkhoektanden blijven nogal eens persisteren, zijn die op de leeftijd van 6 à 7 maanden nog niet verdwenen, dan is een bezoekje aan de dierenarts zeker aan te raden. Deze kan voorstellen om de persisterende melktand onder een lichte verdoving te verwijderen, op die manier worden ergere gebitsproblemen voorkomen.

De kleine liettertjes: Alle informatie die u op deze pagina's aantreft is geschreven door Elke Gillijns, dierenarts te Herzele. De informatie is auteurrechterlijk beschermd. Kopiëren en/of verspreiden van deze informatie, in welke vorm dan ook, is derhalve niet toegestaan, tenzij met haar schriftelijke toestemming. Een link naar dit artikel wordt door ons wel zeer gewaardeerd.

ANAALKLIERPROBLEMEN

De anaalklieren zijn twee kleine geurkliertjes die aan weerszijden van de anus liggen. Ze produren een sterk ruikende vloeistof, die vroeger diende om het territorium af te bakenen. Bij onze moderne huisdieren is die functie echter grotendeels verloren gegaan, en zien we regelmatig problemen ontstaan met deze kliertjes.
Normaal gezien ledigen deze kliertjes zich als een hond ontlasting maakt, maar soms raken de anaalklieren overvol, en daardoor kan een ontsteking ontstaan.
Bij volle of ontstoken anaalklieren gaat de hond voortdurend in de omgeving van zijn staart likken of zelfs bijten, of gaat "sleetje rijden" (met het achterste over de grond schuiven, vaak met de achterpoten omhoog). Ook anaalklierabcessen komen regelmatig voor : hierbij zit er een infectie in de anaalklier en zit deze opgevuld met etter. Is het abces nog niet opengebroken, dan zie je een duidelijke bult naast de anus, is het wel doorgebroken dan is er meestal een gaatje te zien waar bloederige etter uit loopt.
Bij de meeste honden die regelmatig last hebben van overvolle anaalklieren volstaat het deze regelmatig leeg te drukken, maar bij ontstoken anaalklieren kan een antibioticumkuur (lokaal of algemeen) nodig zijn. Als een hond echt heel vaak last heeft van ontstoken anaalklieren kan eventueel zelfs een operatie overwogen worden, waarbij de anaalklieren verwijderd worden.

De kleine lettertjes: Alle informatie die u op deze pagina's aantreft is geschreven door Elke Gillijns, dierenarts te Herzele. De informatie is auteurrechterlijk beschermd. Kopiëren en/of verspreiden van deze informatie, in welke vorm dan ook, is derhalve niet toegestaan, tenzij met haar schriftelijke toestemming. Een link naar dit artikel wordt door ons wel zeer gewaardeerd.

HONDENJASJE SLECHT VOOR DE VACHT?

Zo'n jasje is helemaal niet slecht, integendeel, het zorgt ervoor dat de lichaamstemperatuur van je hond op peil blijft en beschermt hem tegen wind, regen, sneeuw, koude... en aangezien je hond dat jasje ook niet elke dag 24 uur op 24 draagt kan het ook absoluut geen kwaad voor de vacht.
Wat aanvaardbaar is, dat is dan weer voor iedereen anders, denk ik, de ene vindt een regenjasje net kunnen, terwijl de andere zelfs een "motorpakje" voor zijn viervoeter aanschaft... tja ;-)

(Patroon voor een zelfgebreide "Nelsontrui" is in de maak)

De kleine lettertjes: Alle informatie die u op deze pagina's aantreft is geschreven door Elke Gillijns, dierenarts te Herzele. De informatie is auteurrechterlijk beschermd. Kopiëren en/of verspreiden van deze informatie, in welke vorm dan ook, is derhalve niet toegestaan, tenzij met haar schriftelijke toestemming. Een link naar dit artikel wordt door ons wel zeer gewaardeerd.

ENERGIE (TE VEEL AAN)

Het is heel moeilijk om te zeggen hoever één bepaald hondje kan gaan, meestal leer je als baasje je dier na een poosje wel kennen en zie je zelf wanneer hij begint moe te worden.
Enkele regeltjes kan je wel in acht nemen :
Voor puppies wordt aangenomen dat zij per maand ouderdom ongeveer vijf minuutjes mogen wandelen, dus een pupje van 3 maand mag een kwartiertje stappen.
Een hond van één jaar oud kan in principe wel een uur aan een stuk wandelen, op voorwaarde dat de lengte van de wandeling geleidelijk opgebouwd werd.Na een uurtje is het best om eventjes te pauzeren. Neem ook altijd wat water mee voor je hond, en eventueel zelfs wat voer (koekjes of brokken)
Bij lange wandelingen op een harde ondergrond kan je best regelmatig de voetzooltjes eens controleren op kloofjes of andere beschadigingen. Als je hondje gemakkelijk kloofjes krijgt betekent dat niet dat hij of zij niet meer kan meewandelen, er bestaan immers speciale hondenschoentjes die dat probleem verhelpen.
In de zomer moet je wel oppassen bij warm weer : als de hond te lang doorstapt kan hij/zij oververhit geraken aangezien ze hun warmte enkel kwijt kunnen door verdamping via de ademhaling (hijgen) en via zweetkliertjes in de voetzooltjes.
Laat bij oververhitting de temperatuur van je hond steeds zo snel mogelijk terug dalen door het dier in een lauw bad te zetten . Bij erge gevallen direct naar de dierenarts !!
 
In geval van diarree tengevolge van oververmoeidheid kan je best dezelfde remedie toepassen als bij "gewone" diarree : eventueel een dagje vasten, daarna rijst met gekookte kip of vis.

De kleine lettertjes: Alle informatie die u op deze pagina's aantreft is geschreven door Elke Gillijns, dierenarts te Herzele. De informatie is auteurrechterlijk beschermd. Kopiëren en/of verspreiden van deze informatie, in welke vorm dan ook, is derhalve niet toegestaan, tenzij met haar schriftelijke toestemming. Een link naar dit artikel wordt door ons wel zeer gewaardeerd.

DARMEN GEVOELIGE

Hier hangt veel af van de oorzaak van de gevoelige darmen, is er sprake van een voedselallergie, dan kan de dierenarts je hond een hypo-allergeen dieet voorschrijven.
Reageert je hond enkel slecht op bepaalde soorten voedsel, bv. varkensvlees, dan laat je die natuurlijk gewoon weg. Ook koekjes en snoepjes kunnen bij hondjes met gevoelige darmen best zoveel mogelijk vermeden worden, belonen kan ook met enkele brokjes van hun voer.
Het kan ook zijn dat er niet voldoende goede bacteriën aanwezig zijn in de darmen. Voor meer uitleg hierover klik je hier.

De kleine lettertjes: Alle informatie die u op deze pagina's aantreft is geschreven door Elke Gillijns, dierenarts te Herzele. De informatie is auteurrechterlijk beschermd. Kopiëren en/of verspreiden van deze informatie, in welke vorm dan ook, is derhalve niet toegestaan, tenzij met haar schriftelijke toestemming. Een link naar dit artikel wordt door ons wel zeer gewaardeerd.

ETEN VOOR EEN INSPANNING

Bij grotere hondenrassen is het antwoord hierop eenvoudig : GEEN eten geven voor de wandeling wegens risico op maagkanteling. Bij kleine honden komt deze aandoening gelukkig maar zelden voor, maar toch is het aan te raden om de ochtend van de wandeling zeker niet teveel eten te geven : meestal hebben de hondjes ook nog een autorit voor de boeg om tot bij het wandelparcours te geraken en veel honden worden met een volle maag snel misselijk in de wagen, bovendien kunnen ze tijdens de wandeling soms wat te hevig met elkaar dollen waardoor een volle maag natuurlijk ook van streek kan geraken. Je kan eventueel wel kleine hapjes meenemen voor tijdens de wandeling, maar vermijd dus best dat je hond met een volle maag vertrekt.

.De kleine lettertjes: Alle informatie die u op deze pagina's aantreft is geschreven door Elke Gillijns, dierenarts te Herzele. De informatie is auteurrechterlijk beschermd. Kopiëren en/of verspreiden van deze informatie, in welke vorm dan ook, is derhalve niet toegestaan, tenzij met haar schriftelijke toestemming. Een link naar dit artikel wordt door ons wel zeer gewaardeerd.

SCHILDKLIER PROBLEMEN

De schildklier is een klein, 2-lobbig orgaantje dat gelegen is in de hals, langs weerszijden van de luchtpijp. Normaal is de schildklier zo klein dat je ze niet zomaar kan voelen zitten.

Dit orgaantje produceert bij een gezonde hond hormonen die zorgen voor een goede stofwisseling. Wanneer de schildklier echter onvoldoende van die hormonen vrijstelt, geraakt de stofwisseling in het lichaam verstoord en kunnen er verschillende afwijkingen optreden.

De voornaamste symptomen zijn :  

  • gewichtstoename
  • verminderde fysische activiteit, vlug moe, “lui”
  • minder interesse in de omgeving (lijkt depressief)
  • treurige blik in de ogen (“droopy”)
  • doffe vacht, veel haarverlies, daardoor dunne beharing of zelfs kaalheid, vnl beiderzijds op de flanken
  • eventueel zelfs huidontstekingen
  • verminderde vruchtbaarheid
  • lagere lichaamstemperatuur, altijd warme plaatsen opzoeken
  • tragere hartslag
  • in zeldzame gevallen neurologische afwijkingen
  • verhoogde cholesterol in bloed

Meestal komt deze aandoening voor bij honden van 4 tot 10 jaar, vnl. bij grote en middelgrote rassen, maar wordt echter ook gezien bij jongere honden en kleinere rassen.

Wanneer een puppy geboren wordt met een “defecte” schildklier treedt meestal dwerggroei op, verlies van dekharen, blijvend nesthaar (pluizig uitzicht) en onvoldoende mentale ontwikkeling.

De hiervoor opgesomde symptomen komen niet allemaal samen voor , sommige honden vertonen maar één of enkele van deze afwijkingen. Wanneer u vermoedt dat uw hond een schildklierprobleem heeft kan die diagnose door uw dierenarts heel eenvoudig gesteld worden door middel van een bloedonderzoek.

Wanneer daaruit blijkt dat uw hond inderdaad aan hypothyroïdie lijdt, dan zal het dier voor de rest van zijn leven levo-thyroxinetabletjes moeten slikken.

Na 10 dagen behandeling ziet men meestal al een duidelijke verbetering van de mentale en fysieke activiteit. De huidafwijkingen kunnen eventueel eerst nog wat verergeren, maar na een maand zie je daar ook meestal al beterschap. ( Volledige teruggroei van het haar kan wel 4-6 maand duren !)

.De kleine lettertjes: Alle informatie die u op deze pagina's aantreft is geschreven door Elke Gillijns, dierenarts te Herzele. De informatie is auteurrechterlijk beschermd. Kopiëren en/of verspreiden van deze informatie, in welke vorm dan ook, is derhalve niet toegestaan, tenzij met haar schriftelijke toestemming. Een link naar dit artikel wordt door ons wel zeer gewaardeerd.

KERATOCONJUNCTIVITIS SICCA (KCS) of “droog oog”

Bij een gezonde hond wordt de cornea en de conjunctiva (=slijmvlies op de oogbol en binnenkant oogleden) vochtig gehouden door de productie van traanvocht.

Bij sommige dieren wordt er onvoldoende traanvocht geproduceerd . Dit is meestal een gevolg van een auto-immuunziekte die de traanklieren vernietigt, maar kan ook een aangeboren defect zijn, of gevolg van een ziekte (vb hondenziekte), of door bepaalde medicijnen.

Doordat er te weinig traanvocht op het oog terecht komt, droogt het hoornvlies uit, en kan er irritatie van het oog ontstaan en wordt het oog gevoeliger voor infecties. Meestal ontstaat er na verloop van tijd een pijnlijke, etterige ontsteking van het hoornvlies en de conjunctivae, men ziet dan een typische laag dikke kleverige , groen-gele etter op het oog en in de ooghoeken. In het eindstadium ziet men bloedvatingroei, oogzweren en afzetting van pigmentatie op de oogbol, wat leidt tot verminderd zicht en uiteindelijk zelfs blindheid. 

Vooral toyrassen zijn gevoelig voor deze aandoening, vnl, pekignezen, yorkshires,westies, bepaalde terriërs…

De diagnose kan gemakkelijk gesteld worden door uw dierenarts. Met behulp van een papieren meetstrookje kan de vochtproductie in beide ogen gemeten worden, en aan de hand daarvan kan de graad van uitdroging bepaald worden. Indien de diagnose in een vroeg stadium gesteld wordt, kan met de behandeling het oog terug in zijn normale toestand hersteld worden, is de schade al erger, dan kan men eventueel toch nog verder verlies van het zicht tegengaan en terugkerende infecties voorkomen.

Behandeling

 *cyclosporine-zalf :  Deze zalf zorgt ervoor dat het auto-immune afbraakproces van de traanklieren wordt stopgezet.Het is dus heel belangrijk om deze zalf te blijven gebruiken, ook al lijkt het oog terug normaal.

*antibioticumzalf : tegen de aanwezige infectie

*vitamine A-zalf : voor voeding en bescherming van het hoornvlies

*kunsttranen : om het oog vochtig te houden

Vroeger werd dit probleem ook chirurgisch behandeld, namelijk door transpositie van de ductus parotideus. Hierbij wordt de uitmonding van de speekselklier van de mond naar het oog verlegd. In plaats van tranen wordt er dus speeksel gebruikt om het oog vochtig te houden. Omdat dit ook met de nodige problemen gepaard ging, en omdat de medicatie de laatste jaren sterk is verbeterd wordt deze techniek vrijwel niet meer toegepast.

.De kleine lettertjes: Alle informatie die u op deze pagina's aantreft is geschreven door Elke Gillijns, dierenarts te Herzele. De informatie is auteurrechterlijk beschermd. Kopiëren en/of verspreiden van deze informatie, in welke vorm dan ook, is derhalve niet toegestaan, tenzij met haar schriftelijke toestemming. Een link naar dit artikel wordt door ons wel zeer gewaardeerd.

KENNELHOEST (= infectieuze laryngotracheïtis)

 Kennelhoest is een erg besmettelijke  acute aandoening die gelokaliseerd is in de luchtwegen van de hond.

Ze kan veroorzaakt worden door een aantal virussen (waaronder parainfluenzavirus  en canine adenovirus 2 ) of door een bacterie, Bordetella Bronchiseptica. Andere bacteriën kunnen later nog voor complicaties zorgen.

Besmette dieren ontwikkelen plots een ernstige hoest, die droog kan zijn, maar waarbij soms ook slijmen opgehoest worden. Typisch bij kennelhoest is dat de hoest kan opgewekt worden door de luchtpijp te betasten.

Meestal is er bij besmette honden een voorgeschiedenis van een bezoek aan een kennel, hondenshow, of contact met een jonge puppy of een hond met gelijkaardige symptomen. 

Honden met een ongecompliceerde kennelhoest vertonen buiten het hoesten geen andere ziektetekenen, maar in een aantal gevallen kan de ziekte zich toch verder ontwikkelen tot een bronchitis of zelfs longontsteking. Hiervoor zijn vooral jonge pups en oudere dieren of  honden met een verminderde weerstand of reeds bestaande problemen aan de luchtwegen (bv chronische bronchitis, tracheacollaps) gevoelig.

De diagnose van kennelhoest is door de dierenarts vrij eenvoudig te stellen aan de hand van de symptomen.

Bij ongecompliceerde kennelhoest is behandeling meestal niet nodig, de symptomen verdwijnen vanzelf na 1 tot 2 weken, een hoestsiroop kan hier wel helpen de klachten te verlichten. Rust (dus geen oefeningen of opwinding) is hier wel aan te raden om irritatie van de luchtwegen door voortdurend hoesten te vermijden.

In ergere gevallen kan een behandeling met antibiotica nuttig zijn, ook ontstekingsremmers kunnen soms nodig zijn om de symptomen  te verlichten.

Kennelhoest kan ook voorkomen worden, vnl door vaccinatie van honden die veel in contact komen met andere honden (kennels, pensions, shows, wandelclubs…)

Er zijn twee soorten vaccins voorhanden. De eerste is een injecteerbaar vaccin, dat de eerste maal twee keer moet gegeven worden met drie weken tussentijd, en minstens 7 dagen voor de hond in een besmette omgeving terecht komt. De inenting moet jaarlijks herhaald worden. De tweede is een neusenting, dwz dat er druppels van het vaccin in de neus worden ingebracht, waardoor daar al heel snel een lokale immuniteit wordt opgebouwd. Dit vaccin kan ook in besmette milieus worden gebruikt, na 72 uur is er al een zekere immuniteit aanwezig. Deze vaccinatie moet maar 1 keer toegediend worden en wordt best jaarlijks herhaald. In sommige gevallen kan er door dit vaccin wel een hoest optreden, die meestal vanzelf weer verdwijnt. Voordeel van deze methode is ook dat het vaccin al kan toegediend worden aan puppies vanaf de leeftijd van drie weken, wat vooral in besmette milieus erg voordelig kan zijn. 

.De kleine lettertjes: Alle informatie die u op deze pagina's aantreft is geschreven door Elke Gillijns, dierenarts te Herzele. De informatie is auteurrechterlijk beschermd. Kopiëren en/of verspreiden van deze informatie, in welke vorm dan ook, is derhalve niet toegestaan, tenzij met haar schriftelijke toestemming. Een link naar dit artikel wordt door ons wel zeer gewaardeerd.